Berichten Archief Three Rivers Food Delta

14 juni 2026

Deze triptiek van brood toont drie smaakgestuurde varianten binnen één culi‑clinische broodlijn: brood, lepelbrood en drinkbaar brood — drie oro‑fysische textuurvormen die elk een andere toegang tot eetbaarheid en haalbaarheid openen.

De innovatie zit niet in de varianten zelf, maar in de manier waarop hyperpersonalisatie kan worden toegepast op de TNT‑dimensies van brood.

Door selectieve smaaksturing, nutri‑optimalisatie en gerichte textuurmodificatie wordt brood een modulaire, klinisch inzetbare en fijnmazig afstembare voedingsoplossing.

Zo kan één basisproduct zich ontwikkelen tot een hyperpersonaliseerbare interventie die de individuele noden van mensen met een verstoorde voedingsinname precies volgt.

10 juni 2026

Binnen de traditie van Leuvense innovatie zijn parallellen zichtbaar tussen het historische Collegium Trilingue van Desiderius Erasmus op de Vismarkt en het Center for Gastrology, gevestigd op de site van het voormalige Augustijnenklooster op dezelfde Vismarkt. Die parallellen liggen in de manier waarop beide instellingen complexiteit benaderen — zonder dat ze inhoudelijk of historisch met elkaar vergeleken kunnen worden.

Waar het Collegium Trilingue drie talen (Grieks, Latijn en Hebreeuws) samenbracht, werkt het Center for Gastrology met een tridimensionale benadering van smaak, nutritie en textuur van gerechten.

In NutriLive 2.0 speelt HP-TNT (Hyper Personalized × High Precision Taste–Nutrition–Texture) daarbij een centrale rol: een precisiekader waarin deze drie dimensies één geïntegreerde ruimte vormen voor reproduceerbare, meetbare en persoonsgerichte voedingsinterventies.

PS: Beide instellingen — het klooster en het Collegium — werden tijdens de Franse revolutionaire hervormingsgolf aan het einde van de achttiende eeuw noodgedwongen opgeheven: het Collegium Trilingue in 1797, het Augustijnenklooster vanaf 1796, met verkoop en afbraak in de daaropvolgende jaren.

Foto: Hypothetische 3D-reconstructie van het Collegium Trilingue in de 16de eeuw. © Timothy De Paepe

7 juni 2026

Bart, doctorandus en senior CRIGA‑onderzoeker, heeft een bijzondere band met de historische Slagmolen in Genk, een beschermd monument uit 1527. Zijn familiegeschiedenis is er letterlijk mee verweven: hij stamt af van de molenaars die in deze watermolen graan maalden.

Tijdens een exclusief bezoek leidde hij ons door de recent gerestaureerde molen en demonstreerde hij hoe het maalproces op steen opnieuw tot leven komt. Vanuit die ervaring stelde hij de vraag of het mogelijk zou zijn om een bio‑lepelbrood te ontwikkelen voor mensen met een verstoorde voedingsinname, op basis van zelfgemalen graan.

Een vraag die tegelijk historisch, technisch en culinair‑klinisch geladen is — en die mooi illustreert hoe traditie en innovatie elkaar kunnen versterken binnen het onderzoeksdomein 'culi‑clinische voeding'.

Zijn vraag, rondleiding en demo waren ingegeven door de Bioweek, die loopt van 6 tot en met 14 juni 2026.

Foto: Natuurpunt

3 juni 2026

Soms weet GastroLAB de onderzoekers op een onverwachte manier te verrassen.

Vorige week verschenen de chefs‑onderzoekers uit Zuid‑Holland in Leuven met een box waarin vijf verschillende samenstellingen HYPER‑lepelbrood zaten, naast vijf zorgvuldig slow‑juiced groenten‑ en fruitcombinaties.

Onder de noemer "pro corpore sano" kregen de CRIGA‑onderzoekers de uitnodiging om gedurende vijf dagen proefpersoon te zijn: elke dag willekeurig een 100% natuurlijk sapje mengen met een 100% natuurlijk HYPER‑lepelbrood, om zo een eigen slow‑juiced hyperlepelbrood te creëren — pro gustibus, pro textura, pro palato.

Hoewel onderzoekers doorgaans niet snel uit hun evenwicht raken, moeten we toegeven dat de chefs hier bijzonder hoog hebben gescoord. Het experiment riep zelfs de vraag op in Leuven of HYPER niet een meer uitgesproken, bijna fancy gezondheidsimago verdient.

Met dank aan de chefs van Gastromeals voor hun medewerking.

1 juni 2026

Deze iconische compositie werd in 2020 gecreëerd in Oud-Beijerland (Zuid-Holland) door Chef Gastro-engineering Lt. Martijn van Gemst en vormde de basis voor de latere creaties van het gelaagde lepelbrood van Gastromeals. De zin eronder verwijst naar een Belgische surrealistische strekking.

De compositie opende het National Congress on Food, Nutrition and the Dining Experience in Aged Care in Sydney, Australië, in februari 2021, georganiseerd door het Australian Government Department of Health in samenwerking met de Maggie Beer Foundation.

Ze lag me aan de basis van deze redenering uit het National Congress Findings Report:

Het eindrapport van de Koninklijke Commissie stelt dat maaltijden wenselijk moeten zijn om te eten. Dit is belangrijk, zowel vanuit het oogpunt van levenskwaliteit als qua voeding. Als eten visueel aantrekkelijk is en lekker smaakt en ruikt, zullen mensen waarschijnlijk van de ervaring genieten, meer eten en beter gevoed worden. Koks, chefs en ander keukenpersoneel moeten beschikken over de juiste infrastructuur, training en capaciteit om voedzaam, smakelijk en cultureel passend voedsel te maken dat lekker smaakt, eruitziet en op een geschikte temperatuur wordt geserveerd.

27 mei 2026

In de voedingszorg meten we vandaag bijzonder veel, maar zelden wat er werkelijk toe doet. Er worden screenings uitgevoerd, risico's gedetecteerd en intakecijfers verzameld, maar de stap naar een concrete, haalbare voedingsinterventie blijft opvallend vaak uit.

Het resultaat is een overvloed aan data zonder een architectuur die deze metingen omzet in actie. Precies dat structurele gemis wordt in recente literatuur opnieuw zichtbaar: kwaliteitsindicatoren in voedingszorg zijn versnipperd, administratief en zelden gekoppeld aan de daadwerkelijke maaltijd die de patiënt ontvangt.

Binnen Nutrilive 2.0 is dat een evidentie. Het Twee-Piramidenmodel toont dat kwaliteitsmeting pas betekenis krijgt wanneer detectie (SAM) en interventie (Action) één logisch en coherent traject vormen. Zonder die horizontale koppeling blijft voedingszorg hangen in registratie, niet in verbetering. Indicatoren die intake, eetbaarheid, smaak, textuur, temperatuur, presentatie en nutritionele adequaatheid objectiveren, zijn essentieel — maar ze hebben pas waarde wanneer ze direct kunnen leiden tot een interventie op het vlak van smaak, textuur of nutritie, afzonderlijk of in combinatie.

Op 1 juni presenteren het Center for Gastrology (Coordinator Accredited AHL European Reference Site) en CRIGA voor het eerst de contouren van Nutrilive 2.0, het vernieuwde Europese referentiekader voor voedingszorg.

22 mei 2026

De voedingszorg van morgen is gisteren al veranderd met NutriLive 2.0, waar culinaire vakkennis, klinische expertise en datagedreven inzichten samenkomen in een FRLS‑architectuur die voedingszorg gelaagd structureert van detectie tot interventie.

Voor kwetsbare groepen — ouderen en mensen met verstoorde voedingsinname door smaak‑, slik‑ of sensorische problemen en nutritionele deficiënties — volstaan huidige zorgmodellen niet langer.

De nieuwe technologische 2.0‑architectuur ondersteunt daarbij niet alleen de efficiëntie, maar ook — en vooral — de menselijke eetervaring en de voedingsinname. Smaak, textuur en nutritie worden één geïntegreerde ruimte waarin reproduceerbaarheid, personalisering en precisie elkaar versterken.

Zo ontstaat een toekomst waarin vooruitgang niet voortkomt uit één discipline, maar uit het vermogen om domeinen, generaties en perspectieven te verbinden tot een coherent en veerkrachtig voedingszorgsysteem.

Meer info via: https://www.criga.eu/

NutriLive 2.0 is ontwikkeld door het Center for Gastrology in Leuven en wordt onder meer gesteund door The European Network for all Active and Healthy Living Reference Site Regions, dat een life‑course‑benadering van actief en gezond leven nastreeft.

20 mei 2026

De zorgsector staat voor een structurele uitdaging: ondanks aanzienlijke medische vooruitgang blijft ondervoeding bij gehospitaliseerde en kwetsbare patiënten een hardnekkig probleem.

Verminderde eetlust, smaakveranderingen, slikproblemen en sensorische achteruitgang leiden tot een verminderde voedingsinname, met aantoonbare negatieve gevolgen voor herstel, comfort en levenskwaliteit.

Uit een Erasmus+‑project blijkt dat deze problematiek niet uitsluitend medisch of nutritioneel van aard is, maar ook culinair: de aangeboden maaltijd sluit vaak onvoldoende aan bij de noden, voorkeuren en mogelijkheden van de patiënt.

Het is precies in deze kloof dat een nieuwe professionele rol noodzakelijk werd: de Chef Gastro‑engineering.

De Chef Gastro‑engineering Lt. integreert culinaire expertise met nutritionele, sensorische en klinische inzichten. Vanuit deze geïntegreerde kennisbasis vervult hij een structurele sleutelrol binnen de geïntegreerde voedingszorg.

Lees verder via: Gastronotes

Publicatie: Chefs in Future Integrated Healthcare

18 mei 2026

Op 1 juni presenteren CRIGA en het Center for Gastrology — Accredited AHL European Reference Site — voor het eerst de contouren van Nutrilive 2.0, het vernieuwde Europese referentiekader voor voedingszorg, tijdens een gratis webinar.

Nutrilive 2.0 bouwt voort op het succes van Nutrilive 1.0, maar evolueert naar een breed culi‑clinisch en culi‑medisch model dat alle groepen met een verstoorde voedingsinname omvat — of die nu sensorisch, musculair, neurologisch, cognitief of medicamenteus bepaald is.

Met het geïntegreerde HP‑TNT‑framework, dat taste, nutrition en texture samenbrengt, positioneert Nutrilive 2.0 voeding als een precisie‑instrument binnen de zorg. Het model maakt het mogelijk om voeding te personaliseren, culinaire en klinische expertise te verbinden, ondervoeding structureel te verminderen en zorgsystemen efficiënter te maken.

Zo vormt Nutrilive 2.0 de nieuwe kennisarchitectuur voor onderzoek, toepassing en innovatie binnen de hedendaagse voedingszorg.


14 mei 2026

In Nutrilive 1.0 speelde de Chef Gastro‑engineering Lt. een innovatieve en cruciale rol binnen de gastrologische benadering van voeding in de zorg.

In Nutrilive 2.0 spelen de Chefs Gastro‑engineering Lt. een pivotale rol in de verdere ontwikkeling van een breder internationaal voedingszorgmodel.

In 1.0 lag de focus oorspronkelijk op ouderen met een verstoorde voedingsinname als gevolg van olfactorisch verlies bij het ouder worden. Via compensatorische ingrepen, smaaksturing en selectieve smaaksturing werden en worden opmerkelijke resultaten bereikt, die ook wetenschappelijk zijn gedocumenteerd.

Het succes bij ouderen vormde de basis voor verdere innovatie bij patiënten met kanker en bij mensen met slikstoornissen. Zo ontstond de GOD‑approach (geriatrics, oncology, dysphagia) die de basis vormde voor de verdere ontwikkeling naar Nutrilive 2.0.

Chefs Gastro‑engineering Lt. maken ook deel uit van de transdisciplinaire CRIGA‑onderzoeksgroep, waarin academici uit verschillende medische en paramedische disciplines samenwerken om voedingsinname te verbeteren bij sensorische en/of motorische dysfuncties.

Binnen deze samenwerking brengen de chefs gastrologische expertise samen in de oro‑fysische en oro‑sensorische eigenschappen van gerechten — edibility en palatability — versterkt door smaaksturing, textuurmodificatie, nutrimodulatie en plating, waardoor gerechten opnieuw eetbaar, aantrekkelijk en functioneel worden voor kwetsbare doelgroepen.

10 mei 2026

Vandaag, exact tien jaar na de oorspronkelijke publicatie, hebben het Center for Gastrology en CRIGA Nutrilive 2.0 inhoudelijk afgerond — de noodzakelijke en ambitieuze opvolger van Nutrilive 1.0, dat op initiatief en naar het idee van het Center for Gastrology Leuven en binnen het kader van het European Innovation Partnership for Active and Healthy Ageing (EIP AHA) uitgroeide tot een referentiepunt in de Europese voedingszorg.

De oorspronkelijke focus op ondervoeding en nutritionele kwetsbaarheid bij ouderen wordt in 2.0 verbreed naar alle groepen met een verstoorde voedingsinname, ongeacht of die veroorzaakt wordt door sensorische, musculaire, neurologische, cognitieve of medicamenteuze factoren. Ook evolueert het tweepiramidenmodel 1.0 van een in hoofdzaak primair nutritioneel kader naar een breder culi‑clinisch en culi-medisch referentiemodel dat de complexiteit van hedendaagse eetproblemen weerspiegelt en richting geeft aan onderzoek, praktijk en innovatie binnen de Europese zorgcontext.

Nutrilive 1.0 introduceerde destijds een vernieuwende stratificatie van nutritionele noden als sleutel tot doelgerichte, effectieve en duurzame interventies. Voor het eerst werd nutritionele kwetsbaarheid niet langer benaderd als een louter klinisch probleem, maar vertaald naar een multidimensionale en transnationale methodologie, geordend in een gestructureerd Screening‑Assessment‑Monitoring en Actie-piramidemodel (SAM‑AP).

Achttien onderzoekers uit zeven Europese landen werkten mee aan deze Europese mijlpaal, die een nieuwe manier van denken over voedingszorg in kwetsbare populaties mogelijk maakte.

Publicatie: Nutrilive

8 mei 2026

Lepelbrood is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek binnen het onco‑culinaire domein, waar selectieve smaaksturing een prominente rol speelt.

Bij patiënten met onder meer hoofd‑halskanker gaat smaakverstoring vaak samen met slikproblemen. Het dagelijks brood moet daarom niet alleen hypergepersonaliseerd worden qua smaak, maar ook gestuurd worden in termen van textuur en oro‑fysische eigenschappen.

Om op deze gecombineerde problematiek een antwoord te bieden, werkten researchers en chefs van gastro‑engineering LT binnen CRIGA en GastroLAB samen aan een innovatief culi‑clinisch concept dat haalbaar is voor patiënten die meestal ambulant zijn en zich thuis moeten redden, al dan niet met ondersteuning van een mantelzorger. Zo ontstond lepelbrood.

Lepelbrood is een gebakken brood — 100% natuurlijk en volledig plantaardig — dat na het bakproces een extra warmtebehandeling ondergaat.

Lepelbrood is brood: een wettelijk beschermde en gereglementeerde term.

26 april 2026

Krijgt de meest kwetsbare groep in de voedingszorg de aandacht die ze verdient?

Nog steeds niet. Mensen met een fysicosensorische verstoring lopen een hoog risico op onvoldoende voedingsinname omdat de oro‑fysische (edibility) en oro‑sensorische (palatability) eigenschappen van gerechten vaak niet aansluiten bij hun mogelijkheden. Die mismatch bepaalt rechtstreeks of iemand kan én wil eten.

Vooral de palatabiliteit wordt systematisch onderschat. Gerechten worden door deze doelgroep vaak als niet lekker, eentonig, onnatuurlijk of sensorisch onaangenaam ervaren, waardoor ze al vóór de eerste hap worden afgewezen. Palatabiliteit is geen detail, maar een klinische determinant van intake.

Ook de edibility steunt vandaag op een gebrekkige wetenschappelijke onderbouw, waardoor zogenaamd "aangepaste" gerechten in de praktijk vaak niet optimaal kauw- of slikbaar zijn.

Het resultaat is voorspelbaar: deze mensen eten te weinig, maar dat is het gevolg, niet de oorzaak. Hun ondervoeding is kwantitatief, maar de oorzaak is kwalitatief — en vooral de palatabiliteit speelt daarin een veel grotere rol dan de huidige voedingszorg erkent.

17 april 2026

Het Center for Gastrology Rome contacteerde CRIGA en Gastromeals voor de opzet van een culi‑clinische interventie in de provincie Latina, ten zuiden van Rome. Aanleiding was de situatie van een oudere man die, na een ziekenhuisopname voor meerdere medische complicaties, de diagnose kanker had gekregen. Hij keerde naar huis terug met duidelijke tekenen van ondervoeding én met een uitgesproken chemosensorisch trauma: de aangeboden voedingssupplementen in het ziekenhuis hadden een sterke afkeerreactie uitgelokt, waardoor verdere intake vrijwel onmogelijk werd.

De dochter van de patiënt was vertrouwd met de onderzoekslijnen van het Center for Gastrology en vroeg het team in Rome om ondersteuning. De combinatie van klinische kwetsbaarheid, chemosensorische verstoring en een sterk negatieve leerervaring maakte een conventionele voedingsaanpak weinig haalbaar.

In die context bleek het assortiment van Gastromeals bijzonder geschikt voor een interventie op afstand. Het personaliseerbare energie‑ en eiwitverrijkte lepelbare brood — een product dat geen koeling vereist, langdurig zijn sensorische kwaliteit behoudt en stabiel blijft onder uiteenlopende logistieke omstandigheden — bood daarbij een duidelijke klinische meerwaarde.

Precies door deze combinatie van houdbaarheid, sensorische stabiliteit en logistieke robuustheid kan het lepelbare brood vanuit België en Nederland zonder kwaliteitsverlies worden ingezet in thuissituaties overal ter wereld. Het product blijft betrouwbaar en voorspelbaar, ook wanneer transport, opslagomstandigheden of lokale infrastructuur variëren, waardoor het internationaal inzetbaar is in situaties waar sensorische betrouwbaarheid en individuele afstemming essentieel zijn.

Link: www.gastromeals.eu

Met personaliseerbare energiedichtheid en eiwitdichtheid bij verstoorde voedingsinname sluiten de CRIGA‑onderzoekers en de chefs van GastroLAB rechtstreeks aan bij de principes van precision nutrition en precision medicine.

Die domeinen vertrekken uit één helder inzicht: mensen hebben geen uniforme voedingsbehoefte, maar een unieke metabole respons op basis van leeftijd, geslacht, vetvrije massa, ziektebelasting, genetische achtergrond en leefstijl.

Een gegeneraliseerd energiegetal voor "iedereen" — los van fysiologie of context — past niet meer in een tijd waarin voeding steeds nauwkeuriger wordt afgestemd op het individu.

Door gerechten modulair op te bouwen in personaliseerbare energiedichtheid en eiwitdichtheid, bieden CRIGA en de chefs praktische, direct toepasbare oplossingen die de kloof overbruggen tussen wetenschappelijke precisie en dagelijkse zorgpraktijk.

Het resultaat: voeding die niet alleen lekker en haalbaar is, maar vooral exact aansluit bij de reële behoefte van elke patiënt. Dat is geen trend, maar een noodzakelijke evolutie richting effectieve preventie en behandeling van ondervoeding en sarcopenie.

Gastromeals vzw operationaliseert deze aanpak via de HYPER‑lijn.

CRIGA lanceerde afgelopen vrijdag tijdens de studiedag rond Culi‑clinical Food voor Oncologische Patiënten, opgezet in samenwerking met het HOGENT‑postgraduaat Oncologische Diëtetiek, een opmerkelijke oproep en ambitie: de ondervoeding bij oncologische patiënten met minstens 25% te reduceren.

Onderzoek, waaronder studies van het Universitair Ziekenhuis Brussel en het National Cancer Institute, toont aan dat ongeveer één op de vijf (20%) kankerpatiënten overlijdt aan de gevolgen van ondervoeding en niet aan de kanker zelf.

Het Center for Research and Implementation in Gastrology & Primary Food Care Leuven (CRIGA) heeft hiervoor een wetenschappelijk onderbouwde oplossing klaar, gebaseerd op een hyper‑gepersonaliseerde aanpak van nutrideficiëntie, textuurmodificatie en smaaksturing.

Deze methode vertrekt vanuit klinische evidentie en culinaire precisie en biedt zorgteams, patiënten en mantelzorgers een concreet en reproduceerbaar kader om intake, comfort en herstelkansen significant te verbeteren.

CRIGA deed een oproep aan de aanwezige diëtisten om samen deze ambitie waar te maken.

Gecontroleerde partikels, homogeen ingebed in een zachte matrix, verbeteren de sensorische detectie en stimuleren de tongactiviteit, zonder de slikveiligheid te ondermijnen. Dat blijkt uit de recente peer‑reviewed studie van CRIGA en UZA (*).

Het is de eerste studie die aantoont dat partikels binnen een veilige consistentie niet alleen mogelijk zijn, maar zelfs functioneel kunnen werken bij orofaryngeale dysfagie.

Precies die inzichten liggen ingebouwd in het lepelbrood van Spoon It: een zachte, lepelbare structuur met gecontroleerde partikels die zorgen voor herkenning, mondgevoel en sensorische feedback, terwijl de consistentie volledig binnen de veilige norm blijft.

Het is een concreet voorbeeld van hoe de nieuwe generatie dysfagievoeding micro‑structuur niet langer ziet als risico, maar als therapeutische parameter.

Deze bevinding sluit aan bij eerdere literatuur: Steele et al. beschreven al dat partikelgrootte en boluscohesie bepalend zijn voor aspiratierisico, terwijl studies rond orale verwerking tonen dat een voorspelbaar partikelprofiel essentieel is voor een veilige slikinitiatie. Ook onderzoek in Nutrients benadrukt dat patiënten met dysfagie een vooraf ontworpen micro‑structuur nodig hebben, omdat zij die niet via kauwen kunnen creëren.

(*) 'The Effects of Adding Particles in Texture‑Modified Food on Tongue Strength and Swallowing Function in Patients with Oropharyngeal Dysphagia (Dysphagia, 2024/2025)'

"Ondervoeding is geen onvermijdelijk bijproduct van ziekte," stelt het ONCA‑manifest.

Toch blijft ondervoeding een hardnekkig probleem bij ouderen en andere kwetsbare patiënten. Het manifest onderstreept hoe urgent het is om de voedingszorg te verbeteren en laat zien dat de huidige aanpak tekortschiet. Maar het biedt zelf nog geen concrete handvatten voor de praktijk.

CRIGA brengt daar verandering in.

Na jaren van onderzoek ontwikkelde het, samen met GastroLAB, een gevalideerde, schaalbare en culi‑clinische innovatie die klaar is om in de zorg te worden toegepast. Deze aanpak biedt zorgorganisaties een realistische en effectieve manier om ondervoeding in uiteenlopende settings terug te dringen.

Met deze position paper geeft het Center for Research and Implementation in Gastrology and Primary Food Care (CRIGA) een antwoord op de lacunes die het ONCA‑manifest blootlegt.

We laten zien waarom een nieuwe voedingsaanpak nodig is, wat er precies is ontwikkeld en hoe deze innovatie zorgorganisaties kan helpen om ondervoeding eindelijk structureel aan te pakken.

Link naar de CRIGA-Position Paper.

Link naar het ONCA-Manifest.

MEEL IS GEEN LEPELBROOD !

In zowel Nederland als België is brood een wettelijk beschermde benaming. De term mag alleen worden gebruikt voor een gebakken product dat is gemaakt met graanbestanddelen, water of melk, een rijsmiddel en zout.

Een bereiding die niet wordt gebakken en hoofdzakelijk bestaat uit (gemodificeerd) meel voldoet niet aan deze definitie en mag daarom niet als brood worden aangeduid. Dit geldt ook voor fantasienamen die de indruk wekken dat het om brood gaat.

Wanneer zulke bereidingen toch "lepelbrood" worden genoemd, ontstaat juridische onjuistheid én verwarring. De naam suggereert een broodproduct, terwijl het in werkelijkheid om een UPF (ultra‑processed food)‑meelbereiding gaat. Bovendien overlapt de term met de culi‑clinische innovatie van CRIGA, die wél een gebakken, gevalideerd en wettelijk correct broodproduct heeft ontwikkeld. Door dezelfde naam te gebruiken voor twee totaal verschillende producten vervaagt dat onderscheid.

Zorginstellingen doen er daarom goed aan om duidelijke en correcte benamingen te gebruiken, zoals verdikte meelbereiding of meelbasis voor lepelconsumptie. Dat voorkomt misleiding.

HET EI IS UITGEBROED. CRIGA‑innovatie breekt uit de schaal.

CRIGA en GastroLAB introduceren een culi‑clinische voedingsoplossing waarbij smaak, textuur en nutritionele densiteit nauwkeurig kunnen worden afgestemd op het individuele voedingsprofiel van de patiënt.

De oplossing combineert culinaire kwaliteit en klinische precisie in één geïntegreerd model, gebaseerd op een zachte, luchtige broodbasis die zowel lepelbaar als drinkbaar kan worden toegepast.

Alle bereidingen volgen het APAP‑principe: zuiver, minimaal bewerkt en maximaal effectief.

Deze aanpak ondersteunt flexibele, schaalbare en patiëntgerichte voedingsinterventies, inzetbaar bij diverse patiëntengroepen met verstoorde voedingsinname in elke zorgsetting — van ziekenhuis tot thuiszorg.

De bereidingen zijn vanaf vandaag verkrijgbaar via Gastromeals.

Van oncobrood naar onco-lepelbrood…

De vraag hoe oncobrood toegankelijk kan worden gemaakt voor personen met hoofd‑halskanker die slikproblemen (dysfagie) ontwikkelen als gevolg van tumorlocatie, radiotherapie, chirurgie of een combinatie daarvan, vormde de aanleiding voor een uitgebreid onderzoeksprogramma van CRIGA en GastroLAB in Leuven.

Door middel van incrementele productontwikkeling en transdisciplinaire klinische testing ontstonden innovatieve bread‑based voedingsoplossingen die aansluiten bij de culi‑clinische IGADY‑richtlijnen voor dysfagie.

De onderzoeksresultaten van CRIGA en GastroLAB illustreren hoe voedingsoplossingen op basis van écht brood kunnen bijdragen aan een betere voedingsinname, meer comfort en een hogere kwaliteit van leven binnen een kwetsbare doelgroep.

Deze culi‑clinische innovaties vormen de basis voor lepelbrood, lepelkoekjes en lepelpizza, die inmiddels breed worden ingezet in diverse zorgsettings.
Link video

"1 op de 5 kankerpatiënten overlijdt niet aan de ziekte, maar aan ondervoeding — ze verhongeren voor onze ogen", stelt onderzoek van UZ Brussel. Nochtans bestaan er gevalideerde oplossingen die ondervoeding afremmen, maar in de praktijk nog onderbenut blijven.

Een recente peer‑reviewed studie in Cancer Care (2025) toont dat smaaksturing — ontwikkeld door het Center for Gastrology in Leuven — het verlies van eetlust vermindert, voedselgerelateerde symptomen verzacht en de toename van ondervoeding afremt bij patiënten met chemotherapie‑geïnduceerde smaakstoornissen.

Omdat ondervoeding een belangrijke risicofactor is voor complicaties en slechtere uitkomsten bij kanker, biedt smaaksturing als onderdeel van de culi‑clinische benadering een veelbelovende, wetenschappelijk onderbouwde manier om deze risico's te verkleinen en tegelijk de eetervaring en levenskwaliteit te versterken.

Op de studiedag rond culi‑clinical food in de oncologische zorg op 13 maart, georganiseerd door CRIGA en HOGENT, wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed. Naast smaaksturing komen ook textuurmodificatie en nutrimodulatie aan bod — drie pijlers van culi‑clinical food die de eetlust, voedselinname en voedingsstatus van kankerpatiënten aantoonbaar verbeteren.

Smaaksturing bij oncologische patiënten komt ook aan bod tijdens de digitale lessenreeks 'Essenties smaaksturing voor zorgprofessionals', die start op 10 maart 2026."

Op vrijdag 13 maart 2026 organiseren CRIGA en HOGENT op campus Mercator een studiedag rond culi‑clinical food in de oncologische zorg.

De studiedag belicht de essentiële rol van voeding in de ondersteuning van mensen met kanker. CRIGA toont, in samenwerking met HOGENT, hoe doordachte smaaksturing, textuurmodificatie en nutrimodulatie bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van ondervoeding en tegelijk zorgen voor een betere eetervaring en hogere levenskwaliteit. Zorg die smaakt dus.

Het programma richt zich tot diëtisten, chefs, paramedici en verantwoordelijken van keuken‑ en voedingsdiensten en koppelt wetenschappelijke inzichten aan concrete praktijkvoorbeelden uit de oncologische zorg.

Tijdens het interactieve buffet krijgen deelnemers bovendien de kans om zelf te proeven van diverse culi‑clinische oplossingen, waarbij theorie en praktijk letterlijk samenkomen.


Platonisch op Valentijn

In de aanloop naar Valentijnsdag zetten de chefs van Gastromeals een gedurfde doorbraak neer — geen evolutie maar een noodzakelijke revolutie. Ze hertekenen hoe we voeding voor specifieke klinische doeleinden in de zorg begrijpen, ontwerpen en inzetten en vormen een kantelpunt in de strijd tegen de zware impact van verstoorde voedingsinname.

Onderbouwd door transdisciplinair onderzoek binnen CRIGA en GastroLAB introduceren ze vijf nieuwe voedingscategorieën voor de meest kwetsbare patiënten in de gezondheidszorg, geïnspireerd door de vijf Platonische lichamen.

De vijf categorieën — classic, fructi, herbi, carni en combi — zijn elk hyperpersonaliseerbaar, met moduleerbare smaak, textuur en energie‑, eiwit‑ en vezeldichtheid. Ze tillen voeding in de zorg uit de sfeer van louter logistiek en maken er een performant therapeutisch instrument van. Alle bereidingen volgen het APAP‑principe (as pure as possible): zuivere ingrediënten, minimaal bewerkt, maximaal effectief.

Verstoorde voedingsinname heeft duidelijk aantoonbare klinische en maatschappelijke gevolgen. Verminderde eetlust, veranderde smaakperceptie en slikproblemen leiden tot lagere energie‑ en nutriënteninname, verlies aan spierkracht, tragere revalidatie, een dalende levenskwaliteit en aanzienlijk hogere zorgkosten.

Precies daar maken de vijf nieuwe voedingscategorieën het verschil: hun gerichte inzet kan de gevolgen van verstoorde voedingsinname aanzienlijk verminderen — sneller herstel, meer comfort, betere uitkomsten.

Van simplicia naar hypergepersonaliseerde iucunditas: innovatieve culi‑clinische voeding in de Grieks‑Romeinse medische traditie.

De culi‑clinische benadering van voeding in de zorg sluit verrassend goed aan bij de inzichten van Hippocrates en Galenus.

Waar de Grieks‑Romeinse medici vooral keken naar de werking van voeding op het lichaam, voegt de culi‑clinische benadering een nieuwe dimensie toe naast de klassieke driedeling — simplicia, composita, praeparata: iucunditas, het "lekker" zijn van eten.

'Lekker' als positieve smaakperceptie is een fysiologisch, neurologisch, ontogenetisch en fylogenetisch proces, beïnvloed door contextuele factoren — en bovendien sterk individueel.

In de zorg zou "lekker eten" geen luxe mogen zijn, maar een noodzakelijke voorwaarde: zonder aangename smaak, geur, textuur en context komt voedingsinname niet op gang.

Zo wordt culi‑clinische voeding een innovatieve, wetenschappelijk én gastrologisch onderbouwde voortzetting van een tweeduizend jaar oude traditie — én een noodzakelijke innovatie voor de patiënt van vandaag en morgen.

Lees meer

BREAKFAST cocktails bij verstoorde voedingsinname

Binnen EPC‑based voedingszorg (evidence-practice-creative) is het rationeel om breakfast cocktails als volwaardige ontbijtvervanger in te zetten bij doelgroepen met verminderde voedingsinname of beperkte orale intake. Deze drinkbare ontbijten zijn gebaseerd op de culi‑clinische uitgangspunten van CRIGA en de aanbevelingen van NICE, het kenniscentrum voedingsinformatie onder toezicht van een wetenschappelijke adviesraad.

Bij personen met verstoorde voedingsinname is een consistent, adequaat ontbijt vaak niet haalbaar. Breakfast cocktails, hier op basis van sinaasappelsap, bieden een gestandaardiseerde all‑in‑one formulering die aansluit bij klinisch‑nutritionele principes: gecontroleerde energie-, eiwit- en vezeldensiteit, essentiële micronutriënten en een viscositeit afgestemd op IGADY‑richtlijnen. De presentatie blijft daarbij stijlvol en consistent, wat de acceptatie bevordert.

Het door CRIGA ontwikkelde en door GastroLAB gemodelleerde concept combineert sensorische attractiviteit, nutritionele precisie en operationele reproduceerbaarheid in één formulering en biedt daarmee een efficiënte oplossing voor het structurele probleem van ontoereikende ochtendintake.

HYPERING

Dit is een nutritie‑gemoduleerde vervangmaaltijd voor patiënten/cliënten met een verstoorde voedingsinname door behandeling of ziekte — een doelgroep waar elke hap telt en elke parameter het verschil kan maken.

Deze creatie komt uit het innovatieve HYPER Fructi Orange‑assortiment, opgebouwd in een gecombineerde textuurconsistentie door de chefs van GastroLAB als onderdeel van de aanstaande release van vijf baanbrekende voedingsgroepen.

Het gerecht is een complete maaltijdvervanger met een instelbare energie‑ en eiwitdichtheid en bestaat uit textuurgemodificeerd sinaaslepelbrood met stukjes sinaasappel.

PS: Hypering zet de volledige HYPER‑capaciteit in — van smaaksturing en textuurmodificatie tot nutritiemodulatie — om composities te ontwerpen die volledig zijn afgestemd op persoonlijke behoeften, functionele doelen en technologische precisie.

De stelling in de visual komt onder meer aan bod tijdens de GRATIS webinar op 6 februari van 14u tot 16u: "LAAT VOEDING UW VOEDING ZIJN EN MEDICIJN UW MEDICIJN, tenzij de patiënt baat heeft bij een geïntegreerde aanpak."

Ondervoeding door verstoorde voedingsinname is culi‑clinisch remediërbaar via hyper‑personaliseerbare interventies — enkelvoudig of combinatorisch — in smaaksturing, textuurmodificatie en nutritionele modulatie.

Deze culi‑clinische benadering opent een nieuwe richting in voedingszorg. Het is een aanvullende innovatie die culinaire en klinische wetenschap samenbrengt wanneer patiënten aantoonbaar voordeel halen uit die combinatie. Voeding kan daarbij zowel worden ingezet als volwaardige therapeutische interventie (bijvoorbeeld bij energie‑ of eiwittekort) alsook als aanvulling op de medische behandeling.

Tijdens de gratis webinar wordt het thema belicht vanuit een medisch, verpleegkundig, culinair, diëtetisch en logopedisch perspectief, met een panel dat ruimte laat voor vragen.

VAN de Gastro-arts Studio

In GastroLAB draait het niet alleen om engineering en wetenschappelijke precisie—er is ook een creatieve cel van chefs aan het werk die de grenzen opzoekt van wat culi‑clinisch mogelijk is op het vlak van presentatie en plating voor patiënten met complexe voedingsnoden.

Een voorbeeld? Deze gecombineerde creatie op basis van de nieuwe HYPER Carni Beef—ontwikkeld voor mensen met nutrideficiënties—wordt hier opgebouwd in verschillende consistenties met dezelfde ingrediënten. De compositie is ontworpen als een volledige maaltijdvervanger op basis van vlees en groenten, met een volwaardige nutritionele opbouw die kan worden aangepast aan de individuele intake‑behoeften.

Carni is slechts één van de vele nutrimoduleerbare innovaties binnen de HYPER‑oplossingen die zeer binnenkort worden gereleased en die een nieuwe standaard zetten in personaliseerbare voedingszorgtechnologie.

SMAAKSTURING, ontwikkeld in de universiteitsstad Leuven, is een kerncomponent van het eveneens in Leuven ontwikkelde hyper‑personalisatiemodel HP‑TNT (Hyper‑Personalisation – Taste & Nutrition & Texture), een geïntegreerde aanpak die smaak, voedingswaarde en textuur afstemt op patiënten met een verstoorde voedingsinname door onder meer sensorische dysfuncties.

Zulke verstoringen, vaak het gevolg van ziekte, ingrepen of behandelingen zoals chemotherapie, ondermijnen de basisvoorwaarde voor herstel: voldoende en veilige voedingsinname. Daardoor ontstaat snel ziektegerelateerde ondervoeding, met meer complicaties, langere opnames en hogere maatschappelijke kosten.

Een kleine sensorische smaakafwijking kan zo uitgroeien tot een cascade van problemen — een vlinderslag die eindigt in een storm.

Daarom is smaaksturing meer dan culinaire finesse. Het is een doelgerichte interventie die inspeelt op sensorische noden en zo de negatieve spiraal van ondervoeding doorbreekt — een spiraal die niet alleen patiënten schaadt, maar ook een aanzienlijke maatschappelijke kost veroorzaakt.

Een enigszins onwennig kerstverhaal: "Thanks to you, I got my father back on his feet."

Toen Sara haar vader onverwacht in het ziekenhuis werd opgenomen, werd ze van dichtbij geconfronteerd met hoe ook in Italië het belang van voeding en vroege signalen van verstoorde voedselinname vaak over het hoofd worden gezien, met ondervoeding als onvermijdelijk gevolg.

Sara fungeerde als begeleider/vertaler bij het smaaksturingsexperiment met ouderen in de wijk Trastevere in Rome in december 2019 en begeleidde ook de opleiding smaaksturing van chefs uit Bologna tijdens de covid-periode.

Daardoor was ze erg vertrouwd met de mechanismen van smaaksturing, de werking van de GOT-systemen en smaaksturingscode T3AVC.

Zij herinnerde zich de onderliggende wetenschappelijke redenering van smaaksturing en ging er voor haar vader mee aan de slag.

Toen ze ons gisteren een bezoek bracht in Rome n.a.v. kerst en we samen een ijsje lepelden in Caffè Portofino, viel de zin "Thanks to you, I got my father back on his feet" en vertelde ze het verhaal.

SMAAKSTURING en Vlaamse bescheidenheid (archief)

Op donderdag 14 mei 2009 gaf Patricia Ceysens, gewezen Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel de start van het project S3 in aanwezigheid van de actieve partners, een afvaardiging van de Stad Tienen en van vertegenwoordigers van de KULeuven, betrokken in Feed, Food & Health Leuven -Tienen.

Zij deed dit op uitnodiging van de koks die meewerkten aan het preliminair onderzoek naar Smaak en Smaaksturing voor Senioren in de Onderzoekscel Gastro-engineering van de Voreca Management School Leuven.

In haar openingsspeech beklemtoonde de minister de zoektocht van de Vlaamse Regering naar degelijk onderbouwde projecten met een groot maatschappelijk draagvlak en een grote maatschappelijke toegevoegde waarde die implementeerbaar zijn en internationaliseerbaar.

De initiatiefnemer en inhoudelijke projectleider kreeg de ministeriële raad om minder bescheiden te zijn en deze Vlaamse know how meer "in the picture" te zetten.

In het afsluitend wederwoord wees de projectleider de minister erop dat "schijn soms bedriegt" vooral m.b.t. Vlaamse bescheidenheid.

Waarom het wiel opnieuw uitvinden, als de robotaxi al voor de deur staat?

Voedingszorg staat voor een nieuwe realiteit.

Wetenschappelijk onderbouwde oplossingen maken het mogelijk om verstoorde voedingsinname — door sensorische of motorische dysfunctie, of door nutritionele deficiëntie — niet langer generiek te benaderen, maar precies afgestemd op het individuele profiel.

Leeftijd, gender, lichaamsgewicht, lichaamssamenstelling en ziektetoestand vormen de basis voor zorg die écht aansluit. In dit model is de patiënt geen passieve ontvanger, maar een actieve medebeslisser, zowel in instellingen als thuis.

CRIGA bereidt zich actief voor om deze oplossingen bij de patiënt te brengen, waardoor deze innovatie stap voor stap een dagelijkse realiteit wordt in de voedingszorg, met voordelen op het vlak van kostenefficiëntie, effectiviteit en patiëntgerichte levenskwaliteit.

Voeding als zorg: geen bijzaak, maar basisrecht

De chefs gastro‑engineering hebben een belangrijke mijlpaal bereikt: de goedkeuring van een hoorzitting rond voeding in de zorg binnen de Commissie voor Welzijn en Volksgezondheid van het Vlaams Parlement.

Minister van Welzijn, Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen Caroline Gennez benadrukte tijdens de commissiebespreking dat voeding in de zorg geen bijzaak is, maar een basisrecht. Ze erkende dat goede voeding een essentiële pijler vormt voor gezondheid, herstel en levenskwaliteit en kondigde aan dat de Vlaamse overheid dit thema structureel zal verankeren in het welzijns‑ en gezondheidsbeleid.

Deze stap bouwt voort op de gastrologische visies die in 2017 voor het eerst werden onderschreven in Rome op initiatief van het Center for Gastrology, in het kader van de werkgroep Food & Nutrition van EIP‑AHA (European Innovation Partnership on Active and Healthy Ageing).

Lees de visies.

HYPER-gepersonaliseerde eiwitdichtheid

Het CRIGA‑onderzoeksteam heeft een nieuwe eiwitbooster ontwikkeld met 100% natuurlijke ingrediënten en een instelbare eiwitdichtheid tussen 19,3 g en 26,6 g per portie van 185 g. Het product wordt via Gastromeals aangeboden.

Wat HYPER bijzonder maakt ten opzichte van een standaard eiwitproduct, is dat de hoeveelheid eiwit per energie‑eenheid (eiwitdichtheid) kan worden afgestemd op het individuele profiel van de patiënt. Daarbij wordt rekening gehouden met factoren zoals gender, leeftijd, lichaamsgewicht, lichaamssamenstelling en ziektetoestand.

Op basis van deze kernparameters kan de eiwitdichtheid sequentieel en dynamisch worden aangepast en worden aangevuld met contextuele factoren zoals herstelstatus, spiermassa, nierfunctie en smaakvoorkeuren.

Sequentieel verwijst naar de opbouw in opeenvolgende flexibele blokken, terwijl dynamisch duidt op de aanpassing in de tijd en per patiënt. Samen maken deze principes het concept van hypergepersonaliseerde eiwitdichtheid krachtig en praktisch toepasbaar.

Diezelfde flexibiliteit komt ook tot uiting in het gebruik: de oplossing kan worden bereid met melk, plantaardige alternatieven of andere vloeistoffen, zodat ze aansluit bij uiteenlopende diëten en contexten en geschikt is voor diverse omgevingen — thuis, in ziekenhuizen, in woonzorgcentra en tijdens revalidatie.

Eén van de uitgangspunten van de CRIGA‑onderzoeksgroep bij het ontwerp van het Spoon It‑lepelbroodgamma is dat de patiënt zelf het aandeel plantaardige en dierlijke ingrediënten kan kiezen, in plaats van een opgelegde norm te moeten volgen.

De patiënt kan daarbij binnen éénzelfde gerecht kiezen uit uitersten die variëren van 20% plantaardig tot 100% plantaardig, met een breed spectrum aan tussenliggende opties (span of plant‑based flexibility).

Door af te stappen van vooropgestelde normen die weinig te maken hebben met het herstelproces, verschuift de aandacht naar wat werkelijk telt: voeding die bijdraagt aan herstel, comfort en persoonlijke voorkeur.

Het resultaat is een geïntegreerde oplossing waarin maatwerk, personalisering en keuzevrijheid centraal staan en waarin de patiënt niet langer een passieve ontvanger is, maar een actieve medebeslisser in zijn voedingszorg.

De CRIGA‑onderzoeksgroep richt zich daarbij niet enkel op de zorgvrager binnen instellingen, maar evenzeer op de thuiszorg. De omkering van de klassieke zorglogica geldt dus zowel voor patiënten en cliënten in klinische settings als voor mensen die in hun thuissituatie ondersteuning krijgen van mantelzorgers of professionele begeleiders.

Tot op heden was personalisering van de energiebehoefte voor patiënten met beperkte innamecapaciteit nauwelijks mogelijk, laat staan dat er rekening werd gehouden met basisparameters zoals gender, leeftijd, lichaamsgewicht en ziektetoestand.

Dit wordt nu wél mogelijk met HYPER Energy — een innovatieve voedingslijn ontwikkeld voor klinische en medische toepassingen die binnenkort beschikbaar komt.

Energiedichtheid wordt een variabele parameter, afgestemd op de beperkte innamecapaciteit van de patiënt en op wat deze sensorisch verdraagt, motorisch aankan en nutritioneel nodig heeft.

De kracht van HYPER ligt in het brede spectrum van energiedichtheid: van lepelbare formules (180–325 kcal/100 g) tot drinkbare varianten (95–230 kcal/100 ml).

Dit maakt hyperpersonalisering van energiedichtheid mogelijk: voeding die volledig kan worden afgestemd op de individuele behoefte én gastro-intestinale tolerantie. Geen lege calorieën, maar voeding die aangenaam is om te consumeren, zuiver volgens het APAP‑principe (As Pure As Possible) en bovendien eenvoudig te bereiden.

Zo wordt hyperpersonalisering van energiedichtheid concreet en innovatief. De voedingslijn combineert klinische precisie met culinaire kwaliteit en vertaalt zich in een duidelijke belofte aan diëtisten en zorgverleners: "You prescribe, we provide."

Culi-Clinical en Culi-Medical Food vormen een eigentijdse vertaling van Galenus' gedachte dat voeding een sleutelrol speelt in gezondheid — verrijkt met de precisie, creativiteit en wetenschappelijke onderbouwing van vandaag en aangevuld met een epicuristisch element: "smaak" als gangmaker van de voedingsinname.

Deze benadering overstijgt het klassieke onderscheid tussen voeding en zorg. Het is voeding als interventie, een integraal onderdeel van de geneeskunde, afgestemd op individuele behoeften en ingebed in een klinisch-medische context. Zonder de pretentie dat voeding álles voorkomt of oplost — precies zoals Galenus het zou willen.

Deze voedingsbenadering komt tot uiting in culinair hoogwaardige maaltijden, specifiek ontwikkeld voor mensen met een verstoorde voedingsinname, zoals bij smaak- en/of slikstoornissen en nutritionele deficiënties.

De kracht van Culi-Clinical en Culi-Medical Food ligt in hun transdisciplinaire karakter: ze verenigen voedingswetenschap, culinaire expertise en medische relevantie in één geïntegreerd concept.

Enerzijds zijn ze afgestemd op sensorische, nutritionele en motorische behoeften; anderzijds worden ze smaakvol en aantrekkelijk gepresenteerd, met als doel het herstel te bevorderen, co-morbiditeiten te voorkomen en de levenskwaliteit aantoonbaar te verbeteren.

Deze benadering is het resultaat van transdisciplinaire samenwerking tussen academici, onderzoekers en praktijkexperten binnen het CRIGA-centrum en het Center for Gastrology.

De uitspraak "Laat voeding je voeding zijn en medicijn je medicijn, tenzij het gaat om culi-clinische en culi-medische voedingsoplossingen" vormt een eerbetoon aan Claudius Galenus — een invloedrijke arts uit de tweede eeuw na Christus, wiens werk eeuwenlang de medische praktijk in Europa bepaalde.

Galenus was lijfarts van drie Romeinse keizers, onder wie Marcus Aurelius en diens zoon Commodus—voor velen bekend als de antagonist in de film Gladiator.

Hij maakte een duidelijk onderscheid tussen voeding en medicijn, maar beschouwde beide ook als verwant en complementair: voeding diende primair ter ondersteuning van het gezonde lichaam, terwijl medicatie werd ingezet bij ziekte of verstoring.

Galenus zou de toevoeging van Culi-Clinical en Culi-Medical Food Solutions aan deze uitspraak waarschijnlijk interpreteren als een nuchtere verfijning van zijn filosofie — een erkenning dat gepaste, hypergepersonaliseerde voeding een sleutelrol vervult binnen een bredere preventieve en interventionele context, zij het met de precisie, creativiteit en wetenschappelijke onderbouwing van vandaag.

Het vernieuwende ten opzichte van Galenus ligt in de toevoeging van een epicuristisch element aan zijn aristoteliaanse visie: "smaak" als gangmaker van voedingsinname.

Binnen de gastrologische wetenschappen wordt smaak omschreven als de allerindividueelste impressie van de allerindividueelste sensorische gewaarwordingen — opgewekt door voeding en drank, en beïnvloed door contextuele factoren.

Bestaat er een symbool voor innovatieve culinaire voedingsoplossingen bij verstoorde voedingsinname — oplossingen die zowel preventief en helend kunnen werken als klinisch en medisch inzetbaar zijn?

Jazeker: de Whisclepius—ook wel Whisculaap genoemd.

Hij is een creatieve samentrekking van twee krachtige symbolen:

• Enerzijds de whisk (of garde), die staat voor koken, roeren en mengen;

• Anderzijds de Rod of Asclepius (of staf van Asclepius), met een slang eromheen, geassocieerd met de god Asclepius, die bekend stond om zijn genezende krachten.

Al in de Grieks-Romeinse tijd werd Asclepius vereerd als genezingsgod en zijn staf groeide uit tot het voorkeursymbool voor medische en gezondheidszorginstellingen wereldwijd, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Door de whisk en de slang te combineren ontstaat een visuele brug tussen de domeinen van gastrologie en gezondheidszorg, tussen culinaire voeding als wetenschap, ambacht en kunst en haar klinische en medische toepassingen—zowel preventief als helend.

Vaticaanstad geeft een herdenkingspostzegel uit ter gelegenheid van het "600° anniversario della fondazione dell'Università Cattolica di Lovanio", de oudste universiteit in de Lage Landen.

In de zomer van 1425 ondertekende hertog Jan IV van Brabant de oprichtingsakte van een universiteit in de refter van het voormalige Augustijnenklooster aan de Vismarkt (zichtbaar op de achtergrond van de foto). De pauselijke bekrachtiging volgde op 9 december van dat jaar met de oprichtingsbul Sapientie Immarcescibilis ("Onvergankelijke Wijsheid").

Om de rijke geschiedenis van de Vismarkt en de oprichting van de universiteit te eren, pakt de onderzoeksgroep CRIGA deze maand uit met enkele bijzonderheden.

PS: In het kader van de antiklerikale politiek van het Franse revolutionaire bewind, dat religieuze orden verbood en hun eigendommen nationaliseerde, werd het oorspronkelijke Augustijnenklooster aan de Vismarkt in 1798 verbeurd verklaard en afgebroken. In 1802 werd op dezelfde locatie een nieuw gebouw opgetrokken, deels met afbraakmaterialen van het klooster en de kloosterkerk. Vandaag huisvest dit gebouw onder meer CRIGA en het Center for Gastrology. Het zustercentrum in Rome viert dit jaar zijn tienjarig bestaan.

EEN gepersonaliseerde en reologisch onderbouwde aanpak van dysfagievoeding wint terrein, met name dankzij de IGADY-matrix van CRIGA die chefs helpt maaltijden af te stemmen op slikcapaciteit én slikcomfort.

Binnen GastroLAB wordt kritisch gereflecteerd op standaarden zoals IDDSI, die als te basaal worden beschouwd binnen een professionele culinaire context. In plaats daarvan wordt bewust gekozen voor de EPC-gebaseerde aanpak, gestoeld op wetenschappelijke evidentie, culinaire praktijkervaring en dito creativiteit.

Een recente proof-of-conceptstudie bevestigt dat de reologisch onderbouwde IGADY-benadering met conforme partikels veilig is en de levenskwaliteit van patiënten kan verbeteren.

Gastromeals past deze visie onder meer toe in het lepelbrood en opent daarmee nieuwe evidence-based perspectieven voor smaakvolle, veilige en respectvolle dysfagievoeding.

CULI-CLINICAL TOOLBOX (deel 1)

Professionele maaltijdzorg voor mensen met verstoorde voedingsinname als gevolg van sensorische en/of motorische dysfuncties is een transdisciplinaire vorm van zorg die medische noodzaak, functionele ondersteuning, psychosociale behoeften en culinaire expertise samenbrengt.

Ze richt zich op personen die door slikproblemen, smaakverlies, smaakverstoring of metabole ontregeling niet op reguliere wijze kunnen eten.

Professionele maaltijdzorg positioneert voeding als een strategisch instrument waarin engineering, science en arts samenkomen. Door voeding te personaliseren—desgevallend tot op individueel niveau—verbindt ze de medische noodzaak met smaakgenot. Er zijn aanwijzingen dat deze benadering bijdraagt aan een betere voedingsinname, verhoogde eetlust, preventie van co-morbiditeiten en een hogere levenskwaliteit.

Deze vorm van professionele voedingszorg is verankerd in EPC-based gastrologie, reologische principes en een respectvolle benadering van eetidentiteit, met de patiënt-cliënt als uitgangspunt.

CHEFS Gastro-Engineering Lt. die actief bijdragen aan de ontwikkeling van voedingsinnovaties binnen de CRIGA-onderzoeksgroep hebben een voorstel tot definitie geformuleerd van hun professionele rol. Deze omschrijving werd ook voorgelegd aan de adviesraad van de School of Gastrology en zal tevens besproken worden binnen de beroepsvereniging van Chefs Gastro-Engineering. Hieronder leest u het voorgestelde tekstvoorstel:

Een culi-clinical chef is een gespecialiseerde culinaire professional die wetenschappelijk onderbouwde, slikveilige en smaakvolle maaltijden ontwikkelt binnen het kader van HP-TNT (Hyper Personalization of Taste, Nutrition & Texture) voor mensen met een klinisch verstoorde voedingsinname — bijvoorbeeld door smaakverlies, slikproblemen, verminderde eetlust of verhoogde metabole behoefte.

Wat deze chef uniek maakt, is het vermogen om individuele voedingsbehoeften, smaakvoorkeuren en textuurvereisten te vertalen naar maatwerk op het bord. Elke maaltijd is een respons op een persoonlijke klinische situatie en wordt ontworpen met aandacht voor energie- en eiwitdichtheid, slikveiligheid, smaaksturing en bereidingsgemak — zowel in zorginstellingen als in de thuissituatie.

De culi-clinical chef werkt transdisciplinair en fungeert als brug tussen medische noodzaak en eetplezier. Door voeding te personaliseren — zelfs tot op individueel niveau — draagt hij of zij bij aan een betere eetlust, verhoogde voedingsinname, preventie van co-morbiditeiten en een hogere levenskwaliteit van patiënten en cliënten.

"HEBBEN jullie instant lepelbrood met hogere energiewaarden?" vroeg het afdelingshoofd voeding van het H. Hartziekenhuis in Mol aan Gastromeals.

Die vraag belandde bij CRIGA en GastroLAB.

Na intensief onderzoek is er nu een doorbraak én een antwoord: een superlekker, romig, hypercalorisch koekjesbrood met quasi oneindige smaakvariaties, lepelbaar én drinkbaar, met variabel instelbare energiedichtheid. Ontwikkeld op basis van natuurlijke ingrediënten volgens het APAP-principe (As Pure As Possible).

Elk ingrediënt vervult een fysiologische rol. Geen lege calorieën, geen overbodige toevoegingen.

Wel klinische relevantie, smaakvolle gastrologie én een zero-waste benadering.

Speciaal ontwikkeld voor mensen met een verhoogde energiebehoefte, met of zonder slikproblemen, en tevens geschikt voor algemeen gebruik. Dankzij de eenvoudige bereiding is het inzetbaar voor thuisgebruik én directe bedside service, 24/7.

SMAAKSTURING en tele-tasting - proeven op afstand.

Om de smaak van een gerecht ook op grote afstand te kunnen sturen, evalueren en interpreteren, ontwikkelde het Center for Gastrology tien jaar geleden, in samenwerking met KU Leuven (Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen) en Unilever, de GOT-kit: een professionele referentie- en trainingskit die chefs en smaakprofessionals ondersteunt bij het toekennen van GOT-scores (de gustatorische, olfactorische en trigeminale componenten van smaak).

Deze scores vormen een leidraad voor gerichte smaaksturing en voor de objectieve smaakevaluatie van gerechten, zelfs op afstand.

De ontwikkeling vond plaats in het Labo voor Geurchemie aan de toenmalige KAHO in Gent, door Vlaamse en Nederlandse chefs die een basistraining in "Smaak" volgden — onderdeel van de postculinaire opleiding Gastro-engineering.

De recent gelanceerde digitale, interactieve workshops rond lepelgerechten vinden hun oorsprong in deze sensorische kit, evenals het gebruik van de O-box bij de smaakanamnese van personen met kanker.

Zie deze link

SMAAKSTURING wordt soms gereduceerd tot een symbolische gimmick binnen de zorgsector, vergelijkbaar met het idee dat men zout op de staart van een vogel moet strooien om deze te kunnen vangen.

Smaaksturing is een innovatieve benadering binnen de voedingszorg, gericht op het compenseren van smaakhandicaps bij personen met een verstoorde voedingsinname als gevolg van sensorische en/of motorische dysfuncties. Na een smaakanamnese worden, conform de smaaksturingscode T3AVC (temperatuur, tijd, techniek, aromatisatie, variatie, concentratie), compensatorische ingrepen toegepast op de verhoudingen tussen GOT (gustatie, olfactie, trigeminatie).

In 2011 werden de S3-bevindingen getoetst bij ouderen in woonzorgcentra in Brugge, in samenwerking met de Universiteit Gent (afdeling Maatschappelijke Gezondheidkunde). Smaaksturing werd daarbij gepositioneerd als een gastrologische, practice-based benadering en evidence-informed verpleegkundige aanpak.

Deze aanpak contrasteert met gemakzuchtige simplificaties die tekortschieten in het recht doen aan de wetenschappelijke ernst van smaaksturing.

DE EVOLUTIE van smaaksturing in de zorg.

De eerste wetenschappelijk begeleide toepassingen van smaaksturing ontstonden in 2008 binnen de context van de ouderenzorg, waar ondervoeding vaak voorkomt door verminderde eetlust, sensorische achteruitgang en psychosociale factoren.

Selectieve smaaksturingsinterventies, gebaseerd op comparatieve smaakanalyse en aangepaste recepturen, werden ingezet om maaltijden beter af te stemmen op individueel verminderde smaak- en reukwaarneming, waardoor de eetmotivatie bij ouderen significant kon worden verhoogd.

Wat binnen het S3-project, gesteund door de Vlaamse regering, begon als een praktijkgerichte, wetenschappelijk begeleide interventie in de geriatrie, is uitgegroeid tot een succesvolle, transdisciplinaire smaaksturingsmethodiek met toepassingen in de oncologie en de dysfagiezorg.

Daarbovenop hebben het Center for Gastrology en CRIGA een verschuiving teweeggebracht van generieke voedingsadviezen naar gepersonaliseerde en hypergepersonaliseerde, sensorisch afgestemde voeding, met als doel de voedingsinname en levenskwaliteit te verbeteren bij personen met een verstoorde voedingsinname ten gevolge van sensorische en/of motorische dysfuncties.

Zie deze video uit de oude doos

WELKE LOCATIE leent zich beter voor een bezinning met gerelateerde wetenschappers en chefs over het belang van voeding in de zorg dan de Vismarkt in Leuven?

Hier, in de refter van het Augustijnenklooster, werd in 1425 de opdracht tot de oprichting van het Studium Generale Lovaniense ondertekend — de eerste universiteit in de Lage Landen. Het is een plek waar Erasmus, zelf Augustijnerkannunik, het Collegium Trilingue stichtte. In zijn tijd was dit instituut een katalysator voor vernieuwend denken. Waar Silicon Valley vandaag symbool staat voor innovatie, was Leuven in de 16e eeuw het intellectuele epicentrum.

De bezinning op het belang van voeding in de zorg legt een spanningsveld bloot tussen twee benaderingen van koken: enerzijds de visie vanuit de exacte wetenschappen, waarin koken wordt opgevat als de impact van energie op materie, gestuurd door informatie en gestoeld op kwantitatieve methodes zoals meten, tellen en voorspellen. Anderzijds die van de humane wetenschappen, die zich richten op contextuele factoren en vertrekken vanuit kwalitatieve inzichten, interpretatie en het leggen van verbanden met de samenleving en de wereld om ons heen.

CRIGA en de culi-clinical benadering van voeding binnen de zorg streven naar een homeostatisch evenwicht tussen beide visies, gebaseerd op een wetenschappelijke modus operandi die praktisch toepasbaar is en creatief handelen niet in de weg staat.
Link 1
Link 2

CRIGA, GastroLAB en bij uitbreiding Gastromeals hanteren voor de voeding van fysiek kwetsbare personen in de zorg het APAP-principe, wat staat voor "As Pure As Possible".

Dit principe stelt de zuiverheid van ingrediënten en bereidingswijzen centraal en streeft naar kwaliteitsnormen die in zekere mate vergelijkbaar zijn met die van farmaceutische producten.

Deze benadering vindt haar basis in de menselijke fysiologie: voeding en medicatie doorlopen vergelijkbare absorptie- en distributieroutes in het lichaam en beïnvloeden gelijkaardige biochemische processen.

Hoewel voeding geen geneesmiddel is, vervult ze bij personen met sensorische en/of motorische dysfuncties een essentiële rol—zowel in institutionele zorgomgevingen als in de thuissituatie. Bij deze doelgroep is de voedingsinname vaak verstoord, waardoor de samenstelling, veiligheid en betrouwbaarheid van de aangeboden voeding rechtstreeks bijdragen aan het herstelproces.

Het is dan ook gerechtvaardigd om voeding—zeker in een zorgcontext—met dezelfde ernst en precisie te benaderen als farmaceutische interventies. Het APAP-principe biedt een kader waarin voeding niet louter als consumptiegoed, maar als gecontroleerde therapeutische component wordt beschouwd.

INSTANT Lepelbrood biedt een efficiënte oplossing voor het bereiden van een snelle, lekkere, eiwitverrijke, lichte en 100% natuurlijke maaltijd.

Het brood werd speciaal ontwikkeld voor personen met kauw- en slikproblemen en heeft een zachte, aangename consistentie (tongdruk10 kPa, partikelgrootte max.1 mm).

Klaar om te lepelen in slechts drie minuten, zonder afwegen of meten — enkel een vloeistof naar eigen smaak en voorkeur toevoegen. Geschikt voor zowel intramuraal gebruik als thuis.

INSTANT Lepelbrood werd ontwikkeld door CRIGA / GastroLAB en bèta-getest door de voedingsdiensten van het H. Hartziekenhuis Mol en het Noorderhart Mariaziekenhuis Pelt. Het wordt aangeboden in meerdere smaakvariaties door Gastromeals, non-profit.

VOEDINGsondersteuning op maat

CRIGA en GastroLAB zetten het licht op groen voor de brede toepassing van INSTANT Lepelbrood en verzoeken Gastromeals met aandrang om het product zo snel mogelijk beschikbaar te stellen voor alle gebruikers van zorgdiensten.

De bètatests, uitgevoerd door de voedingsdiensten van het H. Hartziekenhuis Mol en het Noorderhart Ziekenhuis Pelt, bevestigen de positieve resultaten van de eerdere alfa-tests binnen het LAB.

INSTANT Lepelbrood is een voedzaam tussendoortje dat dag en nacht inzetbaar is voor patiënten met verhoogde voedingsbehoeften, ook bij kauw- of slikproblemen.

Het gerecht is zeer snel en eenvoudig 'bedside' te bereiden en te serveren. Het hoeft niet gekoeld te worden en draagt dankzij het "zero waste, no cooling" principe bij aan een duurzamer zorgproces.

AANLEIDING

Het was dr. Bart Geurden, RN, PhD, die binnen CRIGA de spreekwoordelijke kat de bel aanbond door te wijzen op het verloren gegane vermogen om buiten de reguliere eetmomenten in de zorginstelling nog iets te kunnen bereiden voor de patiënt.

Reeds in 1984 (*) wees prof. dr. Mieke Grypdonck op deze achteruitgang in verpleegkundige en zorgkundige handelingen.

"Geen enkele bereiding kan (mag) nog op de verpleegafdeling plaatsvinden. Indien de praktische mogelijkheden al bestaan om dergelijke items uit de centrale keuken te verkrijgen, is de subjectieve inspanning vaak zo groot en de psychologische afstand zo ver, dat het meestal uitmondt in een 'laat het dan maar'."

De Instant-variant van het Lepelbrood biedt hier een waardevol alternatief.

(*) Tijdens een symposium georganiseerd door de Hoteldienst aan het UZ Leuven over consumentgericht keukenbeleid: een nieuwe trend?

KOKEN IS SIMPEL OF NIET?

Binnen de medische en paramedische disciplines gelden evidence-based practices als fundament voor kwaliteitsvolle zorg. In de gastrologische wetenschappen wordt deze benadering verder uitgebouwd tot een aanpak die tevens praktijkgericht en creativiteitsbevorderend moet zijn. Effectieve voedingszorg vereist immers theoretische onderbouwing, praktische toepasbaarheid en ruimte voor creativiteit.

Deze visie komt tot uiting in de opleiding tot Chef Gastro-engineering aan de School of Gastrology, waar evidence-based, practice-based en creativity-stimulating principes (EPC-based) samenkomen in de module 'Technologie van kook- en distributieprocessen'.

In deze module worden academische en niet-academische kennisbronnen geïntegreerd om robuuste inzichten en oplossingen te ontwikkelen voor complexe culinaire uitdagingen in de zorg.

Ons adagium ars culinaria sine scientia nihil est vormt daarbij een kernprincipe en benadrukt dat culinaire kunst onvolledig is zonder wetenschappelijke basis, waarin transdisciplinaire kruisbestuiving en innovatie centraal staan.

'ars culinaria sine scientia nihil est' is een knipoog naar Jean Mignot 14de eeuw

SCHOOL OF PRIMARY FOOD CARE

De senior onderzoekers van CRIGA hebben het voortouw genomen bij de oprichting van een innovatieve, transdisciplinaire School of Primary Food Care, in samenwerking met Odisee, dé co-hogeschool binnen de Associatie KU Leuven.

Als kenniscentrum positioneert deze school zich binnen de medische, paramedische en voedingssector als katalysator voor innovatie en samenwerking rond eerstelijnsvoedingszorg, Culi-Clinical en Culi-Medical Food (CCF/CMF).

CCF/CMF, ontwikkeld binnen CRIGA, verenigen culinaire expertise met klinische en medische knowhow. Deze concepten resulteren in hoogwaardige maaltijden en maaltijdcomponenten die nauwgezet kunnen worden afgestemd op de individuele energiebehoeften en smaak- en slikdysfuncties van kwetsbare patiënten en cliënten met een verstoorde sensomotorische voedingsinname in de eerstelijnszorg.

De oprichting van de CRIGA-school sluit aan bij een lange en rijke traditie van intellectuele vernieuwing, geïnspireerd door figuren als Erasmus (augustijner kanunnik) en het Collegium Trilingue aan de Leuvense Vismarkt.

De Vismarkt en het voormalige Augustijnenklooster – waar CRIGA vandaag gevestigd is – vormen al eeuwen een vruchtbare voedingsbodem voor medische, technologische en culturele vernieuwing. In de kloosterrefter werd zeshonderd jaar geleden de oprichting van de Universiteit van Leuven officieel bekrachtigd door Jan IV van Bourgondië, hertog van Brabant.

Volgens classicus dr. Raf Van Rooy (KU Leuven) en cultuurhistoricus prof. dr. Koenraad Van Cleempoel (UHasselt) bekleedde dit klooster bovendien een spilfunctie in wat zij omschrijven als het "Silicon Valley" en het "Massachusetts Institute of Technology" van de zestiende eeuw.


Privacybeleid Cookiebeleid