
Van Galenus tot de Whisclepius
De uitspraak "Laat voeding je voeding zijn en medicijn je medicijn, tenzij het gaat om culi-clinische en culi-medische voedingsoplossingen" vormt een eerbetoon aan Claudius Galenus — een invloedrijke arts uit de tweede eeuw na Christus, wiens werk eeuwenlang de medische praktijk in Europa bepaalde.
Galenus was lijfarts van drie Romeinse keizers, onder wie Marcus Aurelius en diens zoon Commodus—voor velen bekend als de antagonist in de film Gladiator.
Hij maakte een duidelijk onderscheid tussen voeding en medicijn, maar beschouwde beide ook als verwant en complementair: voeding diende primair ter ondersteuning van het gezonde lichaam, terwijl medicatie werd ingezet bij ziekte of verstoring.
Culi-Clinical en Culi-Medical Food vormen een eigentijdse vertaling van Galenus' gedachte dat voeding een sleutelrol speelt in gezondheid - verrijkt met de precisie, creativiteit en wetenschappelijke onderbouwing van vandaag en aangevuld met een epicuristisch element: "smaak" als gangmaker van de voedingsindustrie.
Binnen de gastrologische wetenschappen wordt smaak omschreven als de allerindividueelste impressie van de allerindividueelste sensorische gewaarwordingen — opgewekt door voeding en drank, en beïnvloed door contextuele factoren.
Deze benadering overstijgt het klassieke onderscheid tussen voeding en zorg. Het is voeding als interventie, een integraal onderdeel van geneeskunde, afgestemd op individuele behoeften en ingebed in een klinisch-medische context. Zonder de pretentie dat voeding álles voorkomt of oplost.
Galenus zou de toevoeging van Culi-Clinical en Culi-Medical Food Solutions aan deze uitspraak waarschijnlijk interpreteren als een nuchtere verfijning van zijn filosofie — een erkenning dat gepaste, hypergepersonaliseerde voeding een sleutelrol vervult binnen een bredere preventieve en interventionele context, zij het met de precisie, creativiteit en wetenschappelijke onderbouwing van vandaag.
De kracht van Culi-Clinical en Culi-Medical Food ligt in hun transdisciplinaire karakter: ze verenigen voedingswetenschap, culinaire expertise en medische relevantie in één geïntegreerd concept.
Enerzijds zijn ze afgestemd op sensorische, nutritionele en motorische behoeften; anderzijds worden ze smaakvol en aantrekkelijk gepresenteerd, met als doel het herstel te bevorderen, co-morbiditeiten te voorkomen en de levenskwaliteit aantoonbaar te verbeteren.
Deze benadering is het resultaat van transdisciplinaire samenwerking tussen academici, onderzoekers en praktijkexperten binnen CRIGA en het Center for Gastrology.

De Whisclepius—ook wel Whisculaap genoemd, hebben we gekozen als symbool voor deze Culi-Clinical en Culi-Medical benaderingswijze.
Hij is een creatieve samentrekking van twee krachtige symbolen:
• Enerzijds de whisk (of garde), die staat voor koken, roeren en mengen;
• Anderzijds de Rod of Asclepius (of staf van Asclepius), met een slang eromheen, geassocieerd met de god Asclepius, die bekend stond om zijn genezende krachten.
Al in de Grieks-Romeinse tijd werd Asclepius vereerd als genezingsgod en zijn staf groeide uit tot het voorkeursymbool voor medische en gezondheidszorginstellingen wereldwijd, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Door de whisk en de slang te combineren ontstaat een visuele brug tussen de domeinen van gastrologie en gezondheidszorg, tussen culinaire voeding als wetenschap, ambacht en kunst en haar klinische en medische toepassingen—zowel preventief als helend.
